ECLI:NL:GHDHA:2021:2810
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding en intrekking vergoedingen
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om het hoger beroep van belanghebbende tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar door de Inspecteur inzake de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor een uit Duitsland afkomstige Audi RS6. De Rechtbank had het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, maar had de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.
Belanghebbende kwam in hoger beroep bij het Hof, dat de standpunten van partijen heeft gewogen. Het Hof oordeelde dat de Rechtbank terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat belanghebbende geen geldige gronden had aangevoerd om anders te beslissen. Daarnaast achtte het Hof de proceshouding van de gemachtigde van belanghebbende afkeurenswaardig en maakte het de door de Rechtbank toegekende vergoedingen ongedaan.
Het Hof zag geen aanleiding om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen. Het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, het hoger beroep van belanghebbende ongegrond. Er werden geen proceskosten aan partijen toegekend. De uitspraak werd op 4 maart 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding en maakt de toegekende vergoedingen ongedaan.