Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het vonnis in het bevoegdheidsincident van 1 augustus 2018 en de daarin genoemde processtukken;
- het vonnis in het incident van 5 september 2018 waarin tussentijds hoger beroep tegen het vonnis in het bevoegdheidsincident van 1 augustus 2018 is toegestaan;
- de rolbeslissing van 6 november 2018 waarbij het verzoek van Nikon c.s. tot het instellen van een incident voorlopige voorziening is afgewezen;
- de brief van mr. Gerritzen aan de rechtbank van 17 juli 2019 met een B6-formulier en als bijlage een proces-verbaal van de pleidooizitting bij en de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 13 juni 2019 waarbij namens Nikon c.s. verzocht wordt de zaak op de continuatierol van 14 augustus 2019 te plaatsen teneinde op die datum een vordering strekkende tot een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro
- de rolbeslissing van 17 juli 2019 waarbij het opbrengverzoek van Nikon c.s. is toegestaan;
- de fax van mr. Klöters van 18 juli 2019 waarbij namens PHL wordt aangegeven inhoudelijk te willen reageren op het verzoek van Nikon c.s. van 17 juli 2019 en de mededeling dat die reactie uiterlijk op 24 juli 2019 zal volgen;
- de e-mail van mr. Klöters van 24 juli 2019 met daaraan gehecht een brief aan de rechtbank (abusievelijk) gedateerd 23 juli 2019;
- de fax van mr. Gerritzen aan de rechtbank van 24 juli 2019 waarbij hij namens Nikon c.s. reageert op de reactie van mr. Klöters van dezelfde datum;
- de mededeling van de griffier aan partijen van 26 juli 2019 dat de rolbeslissing van 17 juli 2019 onverkort wordt gehandhaafd;
- de conclusie in het incident houdende voorlopige voorziening ex 223 Rv van Nikon c.s., met producties 21 tot en met 65;
- de incidentele conclusie van eis houdende exceptie van onbevoegdheid ex artikel 11 Rv Pro en tevens antwoordconclusie in incident houdende voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro van PHL, met producties 4 tot en met 27;
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van Nikon c.s., met producties 66 tot en met 74;
- de fax van mr. Klöters aan de rechtbank van 6 februari 2020 met als productie 19B overgelegd een aanvullende proceskostenspecificatie;
- de e-mail van mr. Gerritzen aan de rechtbank van 10 februari 2020 met een opgave en specificatie van aanvullende proceskosten;
- de fax van mr. Klöters van 10 februari 2020 met als productie 19C overgelegd een aanvullende proceskostenspecificatie;
- het pleidooi van 11 februari 2020 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities van Nikon c.s. en PHL.
2.De feiten
- het Uniewoordmerk
- het hieronder weergegeven Uniewoord-/beeldmerk, registratienummer 2539591, op 17 mei 2005 geregistreerd voor waren in de klassen 7, 9 en 10: