ECLI:NL:RBDHA:2020:2170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op grond van Dublinverordening wegens verantwoordelijkheid Duitsland voor asielaanvraag
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor zijn aanvraag. Eiser betoogde dat hij een duurzame en exclusieve relatie heeft met zijn partner en dat deze relatie niet voldoende is meegewogen in de beslissing. Tevens stelde hij dat verweerder had moeten afzien van overdracht op grond van discretionaire bevoegdheid.
De rechtbank overwoog dat de Dublinverordening slechts één lidstaat verantwoordelijk stelt, doorgaans de eerste lidstaat waar de aanvraag is gedaan. Omdat Duitsland reeds als verantwoordelijke is vastgesteld en het een terugnamesituatie betreft, kan eiser in Nederland geen beroep doen op de verantwoordelijkheidscriteria. Daarnaast is eiser niet aan te merken als gezinslid in de zin van de Dublinverordening omdat hij en zijn partner geen partners waren in hun land van herkomst.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen gebruik heeft gemaakt van de discretionaire bevoegdheid omdat de gestelde gezinsbanden geen bijzondere omstandigheden vormen. De overgelegde bewijsstukken, waaronder een afspraak met een verloskundige, waren onvoldoende om anders te beslissen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt bevestigd.