ECLI:NL:RBDHA:2020:2226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wegens verbroken relatie
Eiseres, met de Nigeriaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid bij een referent. Deze vergunning werd ingetrokken door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van het verbreken van de relatie met de referent. Eiseres voerde aan dat de relatie niet verbroken was, onder meer vanwege een verklaring van de referent, haar zwangerschap en het bestaan van enig contact.
De rechtbank overwoog dat de meldingen van de referent aan de staatssecretaris duidelijk maken dat hij de relatie als verbroken beschouwt en van eiseres wil scheiden. De verklaring van de referent waarop eiseres zich beroept, was opgesteld tijdens een mislukte poging om de relatie te herstellen en is nooit aan de staatssecretaris toegezonden. Ook het proces-verbaal van de zitting bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bevestigt dat de referent de relatie niet wil voortzetten.
De doktersverklaring bevestigt alleen de zwangerschap van eiseres, maar niet dat de referent de vader is. De rechtbank acht de stellingen over contact onvoldoende om het voortduren van de relatie aan te nemen. Het verzoek om aanhouding van de zaak in afwachting van cassatie is afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wegens verbroken relatie is ongegrond verklaard.