ECLI:NL:RBDHA:2020:2393
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatig verblijf en belangenafweging bij beëindiging verblijfsrecht EU-burger
Eiseres, een Poolse EU-burger, werd door de IND aangemerkt als persoon zonder rechtmatig verblijf in Nederland omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van het Vreemdelingenbesluit 2000, waaronder het ontbreken van voldoende bestaansmiddelen en het niet verrichten van arbeid. De politie had haar geregistreerd en onderzocht vanwege eerdere contacten en overlast.
Eiseres voerde aan dat er geen gegrond vermoeden van misbruik was en dat zij geen onredelijke belasting vormde voor het sociale bijstandsstelsel. Ook stelde zij dat de belangenafweging onduidelijk was en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een onderzoek startte op grond van redelijke twijfel en dat maatschappelijke overlast en strafbare feiten het belang van de staat rechtvaardigden.
Verder faalde het beroep op schending van de hoorplicht en het niet zorgvuldig voorbereiden van het besluit. De rechtbank concludeerde dat het besluit om het verblijfsrecht te beëindigen rechtmatig was en dat het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit dat zij geen rechtmatig verblijf heeft, wordt ongegrond verklaard.