ECLI:NL:RBDHA:2020:2396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen rechtmatig verblijf voor Poolse burger wegens onvoldoende bestaansmiddelen en belangenafweging
Eiser, een Poolse nationaliteit dragende persoon, kwam in 2007 naar Nederland en werd in 2013 als vreemdeling geregistreerd. Verweerder stelde bij besluit vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van het Vreemdelingenbesluit 2000, met name onvoldoende middelen van bestaan en geen arbeid in loondienst.
Eiser voerde aan dat er geen gegrond vermoeden van misbruik was en dat de belangenafweging onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd was. Verweerder voerde verweer en de rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen waren voor onderzoek en dat de belangenafweging terecht was gemaakt, waarbij het belang van de Nederlandse staat om overlast en belasting van publieke middelen te voorkomen zwaar woog.
De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat het besluit zorgvuldig en gemotiveerd was genomen, en dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit dat hij geen rechtmatig verblijf heeft, wordt ongegrond verklaard.