ECLI:NL:RBDHA:2020:2436
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Algerije wegens ongeloofwaardig asielrelaas en veilig land
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht om asiel maar zijn aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig was vanwege het ontbreken van bewijsstukken en tegenstrijdigheden in zijn verklaringen.
De rechtbank stelde vast dat Algerije sinds 2016 op de lijst van veilige landen van herkomst staat, waardoor er een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat vreemdelingen uit Algerije geen internationale bescherming nodig hebben, tenzij zij aannemelijk maken dat dit voor hen persoonlijk anders is. Eiser slaagde hier niet in.
De rechtbank verwierp het verweer dat eiser onvoldoende tijd had gehad om documenten te verzamelen, aangezien hij al vijf jaar illegaal in Europa verbleef. Ook werden de tegenstrijdigheden in zijn verhaal over de diefstal en zijn financiële situatie zwaar meegewogen.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag uit Algerije wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig asielrelaas en het veilige karakter van het land.