ECLI:NL:RVS:2018:1002
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen voor verblijfsvergunning asiel wegens aseksualiteit en veilig land van herkomst
De vreemdeling, met de Algerijnse nationaliteit, vroeg asiel aan op grond van zijn aseksualiteit en de bedreigingen die hij van zijn familie kreeg vanwege het weigeren te trouwen met zijn nicht. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat Algerije als veilig land van herkomst geldt en aseksualiteit niet onder de uitzondering voor LHBTI's valt.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom aseksualiteit niet onder de LHBTI-uitzondering valt en dat de vreemdeling mogelijk onder sociale discriminatie valt. Ook vond de rechtbank dat onvoldoende was gemotiveerd dat Algerije voor de vreemdeling een veilig land is.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk heeft gemotiveerd dat aseksualiteit niet onder de LHBTI-uitzondering valt, omdat aseksualiteit niet strafbaar is in Algerije en er geen aanwijzingen zijn voor discriminatie of geweld tegen aseksuelen. Daarnaast is het afwijken van tradities niet per definitie een grond voor bescherming.
Verder heeft de staatssecretaris voldoende onderzocht en gemotiveerd dat Algerije, ook gezien de individuele omstandigheden van de vreemdeling, een veilig land van herkomst is, mede omdat de vreemdeling geen andere problemen heeft gesteld en geen bescherming heeft gezocht bij de autoriteiten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.