ECLI:NL:RBDHA:2020:2449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse homoseksueel wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Nigeriaanse homoseksueel, diende in 2018 een asielaanvraag in met het beroep dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid in Nigeria gevaar loopt. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van de gestelde homoseksualiteit en het feit dat eiser pas 14 jaar na zijn komst asiel aanvroeg.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van eiser. De late aanvraag en het ontbreken van overtuigende verklaringen over de innerlijke beleving van zijn geaardheid waren doorslaggevend. Verweerder had ook terecht gewezen op het ontbreken van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling bij eerdere verblijfsaanvragen en het ontbreken van onderbouwing van littekens die zouden wijzen op spirituele reiniging.
De rechtbank verwierp het betoog dat verweerder onvoldoende rekening hield met culturele context en dat hij stereotypen gebruikte. Ook de verklaringen van een getuige en een belangenorganisatie werden onvoldoende overtuigend geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser komt niet in aanmerking voor toelating op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep af en verklaarde de asielaanvraag ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksualiteit.