ECLI:NL:RBDHA:2020:2541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorrangsverklaring wegens niet-levensbedreigende medische situatie
Eiser heeft na een auto-ongeluk en het daardoor ontstane letsel zijn woning moeten verlaten en tijdelijk onderdak gevonden bij zijn zus. Vanwege relatieproblemen en ruimtegebrek kon hij daar niet blijven, waarna hij een aanvraag voor een urgentieverklaring indiende. De gemeente Den Haag wees deze aanvraag af omdat eiser niet buiten zijn schuld in een situatie verkeert waarin hij binnen drie maanden andere woonruimte nodig heeft, en zijn medische situatie niet zodanig ernstig is dat een voorrangsverklaring gerechtvaardigd is.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie niet voldoende is betrokken bij de besluitvorming en dat het besluit onzorgvuldig is genomen. De rechtbank overwoog dat het advies van de GGD Haaglanden, waarin de medische situatie van eiser is beoordeeld als ernstig maar niet levensbedreigend of levensontwrichtend, terecht is betrokken bij de besluitvorming. Het bezwaar dat eiser de verwijtbaarheid van zijn woonsituatie werd tegengeworpen, faalt omdat dit niet in het besluit is gesteld.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente het besluit tot afwijzing van de aanvraag voor een voorrangsverklaring terecht heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard.