ECLI:NL:RVS:2019:1437
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken levensontwrichtend huisvestingsprobleem
Bij besluit van 17 juli 2017 wees het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring af. Het bezwaar werd op 1 februari 2018 ongegrond verklaard en de rechtbank Amsterdam bevestigde dit bij uitspraak van 27 juli 2018. [appellante] ging in hoger beroep bij de Raad van State.
[appellante], die bij haar ouders woont en psychische en lichamelijke klachten aanvoert, stelde dat deze klachten haar woonprobleem urgent maken. Het college baseerde zich op twee onafhankelijke adviezen van een GGD-arts, die concludeerde dat er geen sprake was van ernstige, levensontwrichtende medische problemen die urgentie rechtvaardigen. De Raad van State oordeelde dat het college deze adviezen terecht heeft betrokken bij de beoordeling.
De Raad van State overwoog dat het beleid in Amsterdam vanwege de beperkte sociale woningvoorraad strikte criteria hanteert voor urgentieverklaringen, die alleen worden toegekend bij noodsituaties zoals dakloosheid of ernstige medische problemen. De hardheidsclausule is slechts van toepassing bij schrijnende situaties, wat hier niet het geval is. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd omdat geen sprake is van een levensontwrichtend medisch huisvestingsprobleem.