ECLI:NL:RBDHA:2020:2546
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L.E.M. Wilbers - Taselaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds gewezen uitspraak
De zaak betreft een verzoeker die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Het onderzoek ter zitting zou samen met een andere zaak plaatsvinden, maar vanwege maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus werd de uitspraak zonder zitting gedaan. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist.
Omdat op dezelfde dag in een gerelateerde zaak uitspraak was gedaan, was een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.