ECLI:NL:RBDHA:2020:2590

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2020
Publicatiedatum
24 maart 2020
Zaaknummer
NL20.5160 en NL20.5163
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland

Eisers hebben tegen besluiten van 26 februari 2020 beroep ingesteld omdat hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werden genomen. De reden was dat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van hun asielaanvragen op grond van het Dublinverdrag.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met andere zaken op 12 maart 2020. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op de beroepen, was het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk.

De voorzieningenrechter heeft daarom de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.5160 en NL20.5163

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [nummer 1] ,
[eiseres], eiseres,
V-nummer: [nummer 2] ,
Mede namens haar minderjarige kind
[naam minderjarige],
V-nummer: [nummer 3] ,
samen te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. O.C. Bondam),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

Bij besluiten van 26 februari 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben, in de hoedanigheid van eisers, tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL20.5159 en NL20.5162, plaatsgevonden op 12 maart 2020. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL20.5159 en NL20.5162, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt door middel van publicatie op
www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.