ECLI:NL:RBDHA:2020:2648
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen herbeoordeling WIA-uitkering wegens zorgvuldige medische beoordeling
Eiseres ontving een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 48,45%. Na een herbeoordeling door verweerder, op verzoek van de eigen risicodrager Stichting Horizon, werd de mate van arbeidsongeschiktheid licht gewijzigd naar 48,13%. Eiseres maakte bezwaar tegen deze wijziging, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of het medisch onderzoek en de rapportages van verzekeringsartsen zorgvuldig en objectief waren opgesteld. Eiseres stelde dat de verzekeringsarts onjuiste conclusies had getrokken, onder meer over haar psychische klachten, pijnklachten en beperkingen. Zij verwees naar diverse medische rapporten en verklaringen ter onderbouwing van haar standpunten.
De rechtbank oordeelde dat de rapportages van de verzekeringsartsen op zorgvuldige wijze tot stand waren gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende duidelijk waren. De medische stukken die eiseres aanvoerde boden onvoldoende grond om de medische beoordeling te betwijfelen. Ook eerdere uitspraken in soortgelijke procedures bevestigden de rechtmatigheid van de beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is om de mate van arbeidsongeschiktheid anders vast te stellen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Munsterman op 26 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herbeoordeling van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.