ECLI:NL:RBDHA:2020:2708
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid bekering Quannengshen
Eiseres, van Chinese nationaliteit, diende op 7 oktober 2019 een opvolgende asielaanvraag in met als grond haar bekering tot de christelijke stroming Quannengshen. Haar eerdere aanvraag uit 2015 was reeds afgewezen en onherroepelijk verklaard. Verweerder wees de nieuwe aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat het door eiseres overgelegde paspoort geen nieuw bewijs vormde en dat de door haar aangevoerde werkinstructie WI 2018/10 geen inhoudelijke beleidswijziging inhield. Eiseres slaagde er niet in om overtuigend en inzichtelijk haar bekering en het proces daarvan te onderbouwen, noch kon zij de verschillen tussen haar geloof en reguliere christelijke stromingen duidelijk maken.
Daarnaast vond de rechtbank haar verklaringen over haar geloofsbeleving en evangelisatieactiviteiten vaag en niet overtuigend. Ook de overgelegde sociale mediaberichten en een brief van een geloofsgenoot werden niet als objectief bewijs erkend. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat zij bij terugkeer in China in verhoogde negatieve aandacht zou staan.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de vereisten voor toelating op grond van artikel 29 Vw Pro en dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de bekering.