Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Mexicaanse asielzoeker, werd geconfronteerd met een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, opgelegd door verweerder. Eiser betoogde dat de maatregel vanwege de coronamaatregelen en het ontbreken van persoonlijk contact met zijn gemachtigde onrechtmatig was en dat de maatregel opgeheven had moeten worden na het uitbrengen van een voornemen.
De rechtbank oordeelde dat de coronamaatregelen op dat moment geen reden vormden om de maatregel op te heffen. Er waren alternatieven zoals telefonisch of Skype-contact beschikbaar, en de situatie waarbij eiser geen contact kon hebben met zijn gemachtigde had zich nog niet voorgedaan. Daarnaast was eiser inmiddels gehoord en was er een voornemen uitgebracht, waardoor de persoonlijke beschikbaarheid van eiser voor verweerder nog relevant was.
Verweerder stelde dat de aanvraag van eiser geschikt was voor afdoening binnen de grensprocedure, wat het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel rechtvaardigde. De stelling van eiser dat de maatregel alleen kon voortduren zolang zijn persoonlijke beschikbaarheid nodig was, werd niet onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.