ECLI:NL:RBDHA:2020:2799
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 8 februari 2020 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen en een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. De rechtbank heeft op 10 maart 2020 in een tussenuitspraak een gebrek vastgesteld in het bestreden besluit, omdat verweerder eisers verklaringen bij de Koninklijke Marechaussee (Kmar) heeft betrokken zonder juiste motivering en zorgvuldigheid, wat strijdig is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verweerder heeft geen herstel van het gebrek aangeboden, waardoor de rechtbank het beroep gegrond verklaart en het besluit vernietigt. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak en de tussenuitspraak. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €525,-.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Kraefft en griffier M. Belhaj. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden ingehaald zodra mogelijk. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.