ECLI:NL:RBDHA:2020:2804
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens wangedrag na seksuele handelingen met minderjarige
Eiser, een luitenant-kolonel bij de Koninklijke Marechaussee, werd ontslagen wegens wangedrag op grond van het plegen van seksuele handelingen met een minderjarige in een situatie van machtsverschil en afhankelijkheid. Het primaire besluit tot ontslag werd gevolgd door een bestreden besluit waarin het bezwaar van eiser werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van eiser voldoende waren vastgesteld op basis van een strafrechtelijke veroordeling die onherroepelijk was geworden. De vertrouwensrelatie tussen eiser en de minderjarige, gecombineerd met het machtsverschil en het leeftijdsverschil, vormden de kern van het wangedrag. Eiser voerde aan dat er geen sprake was van seksueel misbruik en dat het ontslag niet evenredig was, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank stelde vast dat het feit dat eiser tot aan zijn schorsing werkzaamheden bleef verrichten, geen gerechtvaardigd vertrouwen op niet-ontslag kon scheppen. Het ontslag werd niet als onevenredig beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens wangedrag wordt ongegrond verklaard en het ontslag gehandhaafd.