Uitspraak
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Beschikking op het op 1 mei 2019 ingekomen verzoekschrift van:
[Y] en [X] ,
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , Pakistan,
Procedure
Verzoek en verweer
Feiten
- Volgens het systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen (Brp) verblijft de man sinds [datum vestiging in Nederland] 2002 in Nederland.
- Blijkens de gegevens in de Brp is de man gehuwd geweest met [naam] , welk huwelijk op [datum echtscheiding] 2008 is ontbonden.
- De man is volgens een overgelegde kopie van een gelegaliseerd "Marriage registration certificate", met nummer CRMS No: [nummer 1] , afgegeven op [datum afgifte 1] 2016, op [datum afgifte 2] 2006 te Pakistan een (tweede) huwelijk aangegaan met [X] .
- [voornaam minderjarige] is geboren uit [X] op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , Pakistan.
- Op de gelegaliseerde Pakistaanse geboorteakte van [voornaam minderjarige] , waarvan een (kopie van een) afschrift is overgelegd onder Form No. [nummer 2] , afgegeven op [afgifte datum] 2019, staat als moeder vermeld: [X] en als vader: [Y] .
- De man heeft de Nederlandse en de Pakistaanse nationaliteit.
- De moeder heeft de Pakistaanse nationaliteit.
- [voornaam minderjarige] heeft de Pakistaanse nationaliteit.
- Bij beschikking van [datum beschikking 1] 2015 van deze rechtbank is een verzoek tot vaststelling van het vaderschap van verzoeker over [voornaam minderjarige] afgewezen vanwege het feit dat ingevolge artikel 10:101 en Pro artikel 10:100 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) de bestaande Pakistaanse familierechtelijke betrekking tussen de verzoeker en [voornaam minderjarige] moet worden erkend.
- Bij beschikking van [datum beschikking 3] 2018 van deze rechtbank is het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van | [voornaam minderjarige] afgewezen omdat de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) geen bepaling kent op grond waarvan [voornaam minderjarige] op enig moment van rechtswege het Nederlanderschap heeft verkregen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van [datum beschikking 2] 2019 is mr. M. Lindhout voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] ingevolge artikel 1:212 van Pro het BW te vertegenwoordigen.