ECLI:NL:RBDHA:2020:3101
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens partnerrelatie en toekenning reiskostenvergoeding
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% stelde, waardoor haar uitkering zou worden beëindigd. Na benoeming van een deskundige en een herziening van het besluit door verweerder, trok eiseres het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat omdat eiseres werd bijgestaan door haar echtgenoot, er geen sprake was van beroepsmatig verleende rechtsbijstand conform artikel 1 Bpb Pro en vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Hierdoor werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Wel werd een reiskostenvergoeding toegekend voor de door eiseres zelf gemaakte kosten van het bijwonen van de zitting, conform vaste jurisprudentie. Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
De rechtbank liet verder ingediende brieven onbesproken omdat deze geen aanleiding tot andere beoordeling gaven en eiseres geen gelegenheid tot nadere reactie had gekregen.
De uitspraak werd gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 8 april 2020 en is gepubliceerd zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen wegens partnerrelatie, reiskosten en griffierecht toegewezen.