ECLI:NL:RBDHA:2020:3114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsuitkering
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een bestuurlijke boete opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wegens het niet melden van op geld waardeerbare werkzaamheden tijdens de periode 1 oktober 2017 tot 29 juni 2018.
Verweerder stelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door werkzaamheden te verrichten in de winkel Stop en Shop zonder dit te melden, wat werd ondersteund door een rapport van de Sociale Recherche. Eiser voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door stelselmatige observatie en het maken van foto's, en dat verweerder het benadelingsbedrag niet voldoende had aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat de observaties niet stelselmatig waren en geen disproportionele inbreuk op het privéleven vormden, waardoor het bewijs toelaatbaar was. Tevens werd geoordeeld dat verweerder het benadelingsbedrag aannemelijk had gemaakt, waarbij een boete van 50% van dit bedrag passend werd geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.