ECLI:NL:RBDHA:2020:3136
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning EU/EER voor verblijf bij Nederlandse kinderen wegens ontbreken bewijs verzorging en afhankelijkheid
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit en houder van een verblijfsvergunning voor Spanje, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij zijn Nederlandse kinderen. Verweerder wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat eiser zijn kinderen verzorgt of dat zij afhankelijk van hem zijn, noch dat zij de EU zouden moeten verlaten zonder zijn verblijfsrecht.
Eiser stelde dat hij geen termijn kreeg om aanvullende stukken in te dienen en dat hij niet werd gehoord. De rechtbank overwoog dat het aan eiser was om bewijs te leveren dat zijn kinderen de EU zouden moeten verlaten zonder zijn verblijfsrecht, wat hij niet deed. Zijn verzoek om een hoorzitting en nadere termijn werd niet beantwoord, maar de rechtbank vond dit niet onzorgvuldig omdat eiser zijn bewijsverplichting niet nakwam.
Omdat eiser geen gegevens aanleverde die de noodzaak van zijn verblijfsrecht onderbouwen en hij erkende dat hij een verblijfsrecht in Spanje heeft, oordeelde de rechtbank dat de afwijzing terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.