ECLI:NL:RBDHA:2020:3291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens frauduleuze afgifte na intern onderzoek IND
Eiser kreeg een verblijfsvergunning regulier toegekend onder de beperking van privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro, geldig van 7 september 2016 tot 7 september 2021. Naar aanleiding van een intern onderzoek van de IND in 2018 naar mogelijke fraude bij vergunningverlening door een medewerker, werden 16 zaken onderzocht, waaronder die van eiser. Het onderzoek toonde onregelmatigheden zoals ontbrekende bewijsstukken, onjuiste legesbetalingen en afwijkingen in administratieve handelingen.
Verweerder heeft op grond van artikel 19 in Pro samenhang met artikel 18 lid 1 onder Pro c en f van de Vreemdelingenwet (Vw) de verblijfsvergunning van eiser met terugwerkende kracht ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank oordeelt dat verweerder aan zijn bewijslast heeft voldaan en eiser onvoldoende heeft gemotiveerd betwist dat hij niet voldeed aan de voorwaarden van de vergunning. Ook het beroep op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel faalt, omdat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die een gerechtvaardigd vertrouwen rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 8 april 2020 en wordt later openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.