ECLI:NL:RBDHA:2020:3292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens frauduleuze aanvraag na intern IND-onderzoek
Eiser kreeg een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro' met terugwerkende kracht toegekend. Naar aanleiding van een intern onderzoek van de IND naar mogelijke fraude door een medewerker, werden 16 zaken, waaronder die van eiser, onderzocht. Het onderzoek toonde aan dat in het dossier van eiser onregelmatigheden en ontbrekende aanvraagstukken waren die duidden op een frauduleuze vergunningverlening.
Verweerder heeft op basis van artikel 19 in Pro samenhang met artikel 18, lid 1, onder c en f van de Vreemdelingenwet de vergunning ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. Eiser voerde verweer, maar kon het bewijs van verweerder niet weerleggen. De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn bewijslast had voldaan en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aan de voorwaarden voor vergunningverlening voldeed.
Daarnaast faalden de beroepen op belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, omdat eiser geen bijzondere omstandigheden had gesteld die een gerechtvaardigd vertrouwen op het behoud van de vergunning rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wegens fraude wordt ongegrond verklaard.