ECLI:NL:RBDHA:2020:3504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Anker
- B.F.Th. de Roos
- J.F.I. Sinack
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod en ongewenstverklaring Iraakse 1F'er met gezinsleven in Nederland
Eiser, een Iraakse nationaliteitdragende 1F'er, werd in 2007 ongewenst verklaard en kreeg een vertrekplicht vanwege ernstige misdrijven in Irak. Omdat uitzetting niet mogelijk is wegens risico op schending van artikel 3 EVRM Pro, verzocht hij om opheffing van de ongewenstverklaring. Na een eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank, waarbij onvoldoende motivering en belangenafweging werd vastgesteld, vaardigde de staatssecretaris opnieuw een inreisverbod van tien jaar uit.
De rechtbank toetste het nieuwe besluit aan het arrest K. en H.F. van het HvJ EU en concludeerde dat de staatssecretaris alle relevante factoren, zoals de aard van de misdrijven, de persoonlijke betrokkenheid van eiser, het tijdsverloop en zijn huidige houding, zorgvuldig had meegewogen. Ondanks het ontbreken van strafrechtelijke veroordeling, werd het gedrag van eiser als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de Nederlandse samenleving aangemerkt.
Daarnaast werd het evenredigheidsbeginsel toegepast waarbij het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het gezinsleven van eiser in Nederland, mede omdat het gezinsleven ook elders kan worden uitgeoefend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook het beroep op het arrest Chavez-Vilchez af, omdat dit reeds eerder was beoordeeld en geen aanleiding gaf tot herziening.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod van tien jaar wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.