ECLI:NL:RBDHA:2020:3561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor schoonmaakwerk per 2 juli 2018
Eiser, werkzaam als schoonmaker, meldde zich op 2 juli 2018 ziek met fysieke en psychische klachten. Verweerder weigerde een Ziektewet-uitkering toe te kennen, omdat eiser geschikt werd geacht voor het eigen werk. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat, waarbij hij medische adviezen van zijn psycholoog en een GGD-arts aanvoerde.
De rechtbank stelde vast dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts en de arts bezwaar en beroep zorgvuldig was uitgevoerd. De klachten van eiser, waaronder een matige depressie en knieklachten, werden meegenomen. Er was geen sprake van ernstige psychiatrische stoornissen die het werk als schoonmaker onmogelijk maakten. De GGD-arts stelde wel beperkingen vast, maar dit advies was niet overtuigend onderbouwd en opgesteld voor een ander doel.
De rechtbank concludeerde dat eiser per 2 juli 2018 geschikt was om het werk als schoonmaker te verrichten en dat het besluit van verweerder om geen ZW-uitkering toe te kennen terecht was. Er was geen aanleiding voor een aanvullend medisch onderzoek of het benoemen van een deskundige. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser geschikt is voor het werk als schoonmaker en wijst het beroep tegen de weigering van de ZW-uitkering af.