ECLI:NL:RBDHA:2020:3562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden wegens onvoldoende verblijfsduur
Eiseres heeft een verblijfsvergunning als partner en verzocht om wijziging van het verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden. De aanvraag werd afgewezen omdat zij op het moment van aanvraag slechts drie jaar in Nederland verbleef met een verblijfsvergunning als partner, terwijl de wet vijf jaar vereist.
Eiseres stelde dat zij vanwege het drugsgebruik van haar partner wilde scheiden en de zorg voor haar dochter alleen wilde voortzetten, en beroept zich op het arrest El Ghatet van het EHRM dat het belang van het kind paramount stelt. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden geen bijzondere gronden vormen om van de beleidsregels af te wijken.
De rechtbank stelde vast dat het belang van het kind weliswaar zwaar weegt, maar dat eiseres nog steeds een verblijfsvergunning heeft die gezinsleven mogelijk maakt en haar dochter een zelfstandige verblijfsvergunning bezit. De toekomstige scheiding en de situatie met de partner zijn onvoldoende om de aanvraag toch toe te wijzen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek tot wijziging van haar verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.