ECLI:NL:RBDHA:2020:3579
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverwijzing naar Duitsland
Verzoeker, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens het Dublinverdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De zitting gepland op 17 maart 2020 kon vanwege coronamaatregelen niet doorgaan. De gemachtigde van verzoeker gaf aan niet aanwezig te zijn en verzocht om schriftelijke afdoening. De voorzieningenrechter heeft partijen geïnformeerd over het voornemen om de zaak zonder zitting af te doen, waarop geen van de partijen bezwaar maakte.
De rechtbank heeft in de bodemzaak het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening heeft afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Wolfrat en griffier A. Vranken en is nog niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak niet-ontvankelijk is verklaard.