ECLI:NL:RBDHA:2020:3585
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugbetalingsverplichting en weigering verlenging inburgeringstermijn
Eiser was sinds december 2013 inburgeringsplichtig en diende uiterlijk 2 maart 2017 aan deze plicht te voldoen. Verweerder stelde vast dat eiser niet tijdig was ingeburgerd en legde een boete op, verlengde de inburgeringstermijn en stelde een terugbetalingsverplichting van een lening vast. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn of ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 19 juni 2018 een herhaling was van het eerdere besluit van 5 juli 2017 en dat eiser zijn bezwaar tijdig tegen dat eerste besluit had moeten indienen. De rechtbank kon daarom niet inhoudelijk op de terugbetalingsverplichting ingaan en verklaarde het beroep ongegrond.
Ten aanzien van de weigering van verlenging van de inburgeringstermijn overwoog de rechtbank dat eiser niet voldeed aan de basisvoorwaarden van de Regeling Inburgering, met name het niet tweemaal proberen afleggen van het examen. De rechtbank vond geen reden om op andere gronden tot verlenging over te gaan, ondanks de door eiser aangevoerde omstandigheden zoals problemen met inschrijving en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat de communicatie van verweerder niet leidde tot een gerechtvaardigd vertrouwen bij eiser dat de lening niet zou worden omgezet in een schuld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de terugbetalingsverplichting en weigering verlenging inburgeringstermijn zijn ongegrond verklaard.