ECLI:NL:RVS:2020:2734
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugbetaling lening inburgeringscursus wegens procedurele onjuistheid
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de terugbetaling van een lening voor een inburgeringscursus en de verlenging van de inburgeringstermijn.
De minister had bij brief van 19 juni 2018 bepaald dat appellant vanaf 1 december 2018 een lening van €7.977,19 moet terugbetalen met maandelijkse termijnen van €66,48. Eerder had de minister het verzoek van appellant om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen omdat hij onvoldoende had deelgenomen aan het inburgeringsexamen. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelt dat de brief van 19 juni 2018 wel rechtsgevolg heeft en een besluit vormt, omdat daarin voor het eerst de exacte schuld en betalingstermijn zijn vastgesteld. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat deze brief geen rechtsgevolg heeft. Daarom wordt het besluit van 11 oktober 2018 vernietigd en moet de minister een nieuw besluit op bezwaar nemen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezegging tot verlenging van de oorspronkelijke termijn is gedaan.
De Afdeling bevestigt de overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde besluitvorming.
Uitkomst: Het besluit van 11 oktober 2018 wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.