ECLI:NL:RBDHA:2020:3656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitenlandbijdrage en toepassing woonlandfactor volgens Zorgverzekeringswet
Eiser, een in Frankrijk woonachtige Nederlandse gepensioneerde, betwist de hoogte van de buitenlandbijdrage die het CAK heeft vastgesteld voor het zorgjaar 2017. Hij stelt dat de bijdrage te hoog is omdat de kosten en vergoedingen in Frankrijk lager zijn dan in Nederland en dat de woonlandfactor onjuist wordt toegepast. Tevens voert hij aan dat de belastingdienst een te hoge bijdrage erkent en dat er sprake is van rechtsongelijkheid.
De rechtbank overweegt dat de buitenlandbijdrage is gebaseerd op de Zorgverzekeringswet, de Regeling zorgverzekering en Verordening (EG) 883/2004. Volgens deze regelgeving heeft eiser recht op medische zorg in Frankrijk ten laste van Nederland en is hij verplicht een bijdrage te betalen die wordt berekend met de woonlandfactor, welke de verhouding tussen zorgkosten in het woonland en Nederland weerspiegelt.
De rechtbank stelt vast dat het CAK de berekening volgens de dwingendrechtelijk voorgeschreven systematiek heeft uitgevoerd en dat de bijdrage niet hoger is dan wettelijk is voorgeschreven. De rechtbank wijst het beroep af omdat zij niet bevoegd is de rechtvaardigheid van de systematiek te toetsen, maar slechts de rechtmatigheid van het besluit. De stelling dat de belastingdienst een te hoge bijdrage erkent wordt verworpen omdat die beschikking betrekking heeft op een andere premie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de buitenlandbijdrage blijft ongewijzigd.