ECLI:NL:CRVB:2022:481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekeningswijze buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet voor in Frankrijk wonende gepensioneerde
Appellant, een in Frankrijk wonende gepensioneerde, betwistte de berekening van de buitenlandbijdrage die hij op grond van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw) verschuldigd is. De discussie richtte zich op de toepassing van heffingskortingen en de woonlandfactor bij de berekening van deze bijdrage.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat de berekeningssystematiek, zoals voorgeschreven in de Zvw en de Regeling zorgverzekering, correct was toegepast door het CAK. Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze systematiek in strijd zou zijn met het Europees recht vanwege rechtsongelijkheid en dubbele belastingheffing.
De Raad stelde vast dat heffingskortingen niet in mindering komen op premies die ingezetenen van Nederland verschuldigd zijn, waardoor geen ongerechtvaardigd onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen bestaat. Tevens werd bevestigd dat de woonlandfactor een redelijke weerspiegeling is van de kostenverschillen tussen Nederland en het woonland.
De Raad concludeerde dat de dwingendrechtelijk voorgeschreven berekeningssystematiek juist is toegepast en dat de beroepsgronden van appellant niet slagen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de berekeningswijze van de buitenlandbijdrage bevestigd.