ECLI:NL:RBDHA:2020:3675
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid onveiligheid in Algerije
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op bedreigingen en mishandeling door familieleden van zijn voormalige partner in Algerije. Hij stelde dat hij geen bescherming kon verwachten van de Algerijnse autoriteiten vanwege vermeende samenspanning tussen politie en deze familieleden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat Algerije als veilig land van herkomst geldt en dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij in zijn individuele situatie geen bescherming kan krijgen. Ook werd meegewogen dat eiser al sinds januari 2019 in Europa verbleef zonder eerder asiel aan te vragen.
De rechtbank bevestigde dat Algerije als veilig land van herkomst wordt beschouwd en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen bescherming kan krijgen. De aangevoerde mensenrechtenrapportages leidden niet tot een ander oordeel. De rechtbank vond de vrees van eiser niet geobjectiveerd en concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht afwees.
Verder oordeelde de rechtbank dat de door eiser aangevoerde verslavingsproblematiek onvoldoende onderbouwd was om een vertrektermijn te gunnen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.