ECLI:NL:RBDHA:2020:3693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet melden hennepkwekerij en schending inlichtingenverplichting
Eiseres ontvangt sinds 2011 een bijstandsuitkering. In september 2018 ontdekte de politie een hennepkwekerij in haar woning, waarvan zij huurder was. Verweerder schortte daarop de uitkering op en beëindigde deze per 1 augustus 2018 wegens het niet melden van de kwekerij, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt.
Eiseres stelt niet op de hoogte te zijn geweest van de kwekerij en beroept zich op haar psychische gesteldheid en het misbruik van haar vertrouwen door een derde. Deze verklaring wordt echter alleen door haarzelf en een getuige ondersteund, die geen eigen kennis van de kwekerij heeft. De rechtbank oordeelt dat eiseres het vermoeden van exploitatie en het ten goede komen van de opbrengst niet heeft ontzenuwd.
De rechtbank benadrukt dat het niet melden van een hennepkwekerij een objectieve schending van de inlichtingenverplichting is, ongeacht opzet. Verweerder mocht de uitkering opschorten en uiteindelijk beëindigen omdat eiseres onvoldoende medewerking verleende. Een verzoek om het proces-verbaal van het strafrechtelijk onderzoek alsnog in te brengen wordt afgewezen wegens strijd met de procesorde.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres kan bij verweerder een verzoek tot herziening indienen indien zij nieuwe bewijsstukken wil overleggen.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van eiseres wordt beëindigd wegens het niet melden van een hennepkwekerij en schending van de inlichtingenverplichting.