ECLI:NL:RBDHA:2020:3833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening bijstand wegens storting op bankrekening niet aangemerkt als lening
Eiseres ontvangt sinds 1 juni 2019 een bijstandsuitkering. Op haar uitkeringsspecificatie van 27 juni 2019 is een inhouding van €200 te zien, omdat verweerder dit bedrag als inkomen aanmerkt vanwege een storting op haar bankrekening. Eiseres stelt dat dit bedrag een terugbetaling is van een lening aan haar minderjarige zoon, die zij niet als inkomen wil laten meetellen.
De rechtbank beoordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd dat sprake is van een lening en terugbetaling daarvan. Er zijn geen documenten overgelegd die het bestaan van de lening of de terugbetalingsverplichting onderbouwen. De storting op het bankafschrift vermeldt geen details en ook in het gesprek met de klantmanager zijn geen concrete gegevens verstrekt.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat stortingen waarvan de herkomst onduidelijk is, als inkomen worden aangemerkt en op de bijstandsuitkering in mindering worden gebracht. Omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bedrag geen inkomen is, is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de storting van €200 terecht als inkomen is aangemerkt.