ECLI:NL:RBDHA:2020:3941
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure tegen uitzetting
Verzoekster, van Iraanse nationaliteit, had een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning asiel afgewezen zien worden door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegen dit besluit was beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht zij om een voorlopige voorziening om haar uitzetting te voorkomen totdat het beroep was beslist.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep in een zitting op 10 januari 2020. De rechtbank deed op dezelfde dag uitspraak in het beroepszaaknummer NL19.7403 en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor was de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en zal worden uitgesproken zodra dat weer mogelijk is. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen is afgewezen.