ECLI:NL:RBDHA:2020:4036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens ontbreken afhankelijkheidsverhouding met minderjarig kind
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro vanwege zijn verblijf bij zijn minderjarige Nederlandse zoon. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestond dat het kind gedwongen zou worden de EU te verlaten als eiser geen verblijfsrecht kreeg.
Eiser voerde aan dat hij onmisbaar is voor de zorg van zijn zoon, mede vanwege gezondheidsproblemen van de moeder en grootouders, en dat de bewijslast onterecht bij hem lag. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de bewijslast niet heeft omgekeerd en dat de aangevoerde afhankelijkheidsrelatie onvoldoende was onderbouwd met recente medische stukken of objectief bewijs.
Ook werd geoordeeld dat het afzien van de hoorplicht gerechtvaardigd was omdat redelijkerwijs geen andersluidend besluit te verwachten was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een zodanige afhankelijkheidsverhouding.