ECLI:NL:RBDHA:2020:4085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijk gevaar terugkeer Irak
Eiseres, een vrouw van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens bedreigingen en problemen met haar familie vanwege toegedichte afvalligheid van de islam en haar wens tot echtscheiding. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij persoonlijk gevaar loopt bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat de bedreigingen niet geloofwaardig waren en dat eiseres onvoldoende concrete en consistente verklaringen gaf over haar afwending van de islam en de daaruit voortvloeiende risico's. Ook werd haar werk als kapster niet als een risicofactor erkend. De rechtbank volgde het standpunt dat eiseres niet als alleenstaande vrouw zonder sociaal netwerk kon worden beschouwd.
Gelet op het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer, concludeerde de rechtbank dat eiseres niet als vluchteling kan worden aangemerkt en wees het beroep af. De uitspraak werd gedaan door rechter C. Karman en griffier R.G. Kamphof, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning asiel afgewezen.