Eiser vroeg op 18 juli 2017 vergunningen aan voor een horeca-inrichting. Verweerder weigerde de drank- en horecavergunning, exploitatievergunning en aanwezigheidsvergunning speelautomaten op grond van slecht levensgedrag van eiser, gebaseerd op eerdere veroordelingen voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet op de Kansspelen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de vergunningen had geweigerd, omdat eiser niet voldeed aan de moraliteitseisen van de Drank- en Horecawet. Strafrechtelijke antecedenten, ook van langer dan vijf jaar geleden, mogen worden meegewogen. De bezwaren van eiser tegen de motivering en de proportionaliteit van de weigering werden verworpen.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure was overschreden met ruim drie maanden, wat geheel aan verweerder kon worden toegerekend. Daarom werd verweerder veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 500,- aan eiser en in de proceskosten van € 262,50.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de weigering van de vergunningen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.