ECLI:NL:RBDHA:2020:4291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning na sepot mensenhandel zaak
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat het Openbaar Ministerie het strafrechtelijk onderzoek naar haar aangifte van mensenhandel had geseponeerd wegens gebrek aan rechtsmacht en aanknopingspunten.
Eiseres voerde aan dat Nederland een gezamenlijke EU-inspanning moet leveren voor opsporing van mensenhandel in Libië en Italië en verwees naar haar persoonlijke omstandigheden zoals psychische problemen en de geboorte van haar zoon in Nederland. Tevens wees zij op de reisbeperkingen door de coronamaatregelen.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke voorwaarden voor verlening van de vergunning niet waren vervuld, omdat het strafrechtelijk onderzoek was geseponeerd. Verweerder hoefde geen belangenafweging te maken en had zijn standpunten voldoende gemotiveerd. De door eiseres aangevoerde bijzondere omstandigheden en de coronamaatregelen rechtvaardigden geen afwijking van het besluit.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.