ECLI:NL:RBDHA:2020:4301
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken vervolging mensenhandel
Eiseres heeft op 23 september 2019 aangifte gedaan van mensenhandel. De aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met als doel humanitair tijdelijk werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat het Openbaar Ministerie op 7 oktober 2019 besloot geen vervolging in te stellen.
Eiseres erkent dat zij niet voldoet aan de voorwaarden van de Vreemdelingencirculaire, maar stelt dat de Staatssecretaris op grond van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van het beleid had moeten afwijken. De rechtbank oordeelt dat dit niet mogelijk is omdat het beleid een algemeen verbindend voorschrift betreft.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing terecht is, dat er geen sprake is van onzorgvuldige besluitvorming of strijd met het motiveringsbeginsel, en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. De situatie van eiseres, waaronder haar medische kwetsbaarheid en de Dublinprocedure, kan in deze procedure niet worden betrokken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning op humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.