ECLI:NL:RBDHA:2020:4346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht na intrekking aanvraag zonder druk
Eiseres diende op 11 december 2018 een aanvraag voor bijstand in, maar trok deze op 24 januari 2019 in na een gesprek waarin zij verklaarde dat haar ex-man nog bij haar verbleef. Vervolgens vroeg zij op 4 februari 2019 opnieuw bijstand aan als alleenstaande ouder. Verweerder wees de eerste aanvraag af en keerde bijstand toe vanaf 4 februari 2019.
Eiseres stelde dat de intrekking onder druk was gebeurd en dat de bijstand daarom met terugwerkende kracht vanaf 11 december 2018 moest worden toegekend. De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn dat de intrekking onder druk plaatsvond of dat eiseres de gevolgen van haar verklaring niet begreep. Ook beheerst zij het Nederlands voldoende.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat bijstand in principe niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Deze bijzondere omstandigheden waren hier niet aanwezig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt toegekend vanaf 4 februari 2019.