ECLI:NL:CRVB:2018:3532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand op eigen verzoek en beoordeling van druk bij verklaring
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht naar de rechtmatigheid van haar uitkering naar aanleiding van een anonieme melding over haar woonsituatie. Tijdens het onderzoek verklaarde zij op 20 januari 2016 de bijstand te willen beëindigen met ingang van 1 januari 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Venray trok daarop de bijstand in.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij haar verklaring onder ontoelaatbare druk had afgelegd, omdat zij was gewezen op de gevolgen van een terugvordering voor haar schuldsaneringsregeling. De Raad oordeelde dat hoewel appellante druk heeft ervaren, zij haar verklaring vrijelijk en weloverwogen heeft afgelegd. Het gespreksverslag toont aan dat zij de situatie begreep, vrijwillig afstand deed van de uitkering en niet onder druk stond.
Ook het psychologisch onderzoek dat appellante overlegde bood geen steun voor haar stelling dat zij niet in staat was weerstand te bieden aan druk. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Limburg en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.