ECLI:NL:RBDHA:2020:4373
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening
Verzoeker, met de Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De zitting was oorspronkelijk gepland op 17 maart 2020, maar is vanwege de coronamaatregelen komen te vervallen en op 12 mei 2020 via een Skype-verbinding behandeld.
De rechtbank heeft in de bodemzaak (zaaknummer NL20.5605) het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Vranken. Vanwege de coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden gedaan zodra dat mogelijk is. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard.