ECLI:NL:RBDHA:2020:4380
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening
Verzoeker, met de Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Italië verantwoordelijk wordt gehouden voor de asielprocedure.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De zitting was aanvankelijk gepland op 17 maart 2020, maar vanwege de coronamaatregelen is deze vervallen en is de zaak op 11 mei 2020 via een Skype-verbinding behandeld.
De voorzieningenrechter verwijst naar de bodemuitspraak in zaaknummer NL20.4741, waarin het beroep ongegrond werd verklaard. Op grond daarvan is het verzoek om voorlopige voorziening niet toewijsbaar omdat er geen noodzaak meer is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Wolfrat en griffier A. Vranken. De uitspraak is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen, maar zal indien nodig alsnog openbaar worden uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.