ECLI:NL:RBDHA:2020:4389

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2020
Publicatiedatum
18 mei 2020
Zaaknummer
NL20.4264
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na intrekking inreisverbod

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd geen verblijfsvergunning regulier verleend, werd verzoekster aangezegd Nederland onmiddellijk te verlaten en werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.

Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Na het intrekken van het inreisverbod door verweerder op 9 maart 2020 vond de zitting plaats op 10 maart 2020, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond in een samenhangende uitspraak en oordeelde dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na intrekking van het inreisverbod en ongegrond verklaring van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.4264

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. R.J. Portegies),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: drs. F. Gieskes).

ProcesverloopBij besluit van 14 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook heeft verweerder geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend. Verder is verzoekster aangezegd Nederland onmiddellijk te verlaten en is haar een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaren.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 9 maart 2020 heeft verweerder het inreisverbod ingetrokken.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2020, tegelijk met de behandeling van het beroep van verzoekster (zaaknummer NL20.4263). Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en H. Al Saadoun als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.4263, doet de rechtbank uitspraak op het beroep van eiseres en verklaart dit ongegrond. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.
Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.