ECLI:NL:RBDHA:2020:4545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening huurtoeslag 2013 op grond van gewijzigd inkomen
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening van zijn huurtoeslag over het jaar 2013, waarbij de Belastingdienst de toeslag terugvorderde omdat uit de aanslag inkomstenbelasting bleek dat eiser voordeel had uit sparen en beleggen.
De rechtbank oordeelt dat de herziening rechtmatig is omdat de inspecteur het inkomen van eiser opnieuw heeft vastgesteld en de Belastingdienst op grond van artikel 20 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) verplicht was de toeslag binnen acht weken te herzien.
Eiser stelde dat het vermogen niet toerekenbaar was, maar deze stellingen waren niet eerder ingebracht bij de inspecteur, waardoor de Belastingdienst mocht uitgaan van het vastgestelde inkomen. Ook was er geen sprake van een doorzendplicht naar de aanslag inkomstenbelasting.
De rechtbank vond dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het horen van eiser niet noodzakelijk was. Verder was de beslissing tijdig genomen na ingebrekestelling, zodat geen dwangsom verschuldigd was.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de huurtoeslag 2013 is ongegrond verklaard.