ECLI:NL:RVS:2017:1069
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening zorgtoeslag 2008 ondanks betwisting inkomen appellant
Appellant ontving in 2008 een voorschot zorgtoeslag, dat later door de Belastingdienst/Toeslagen werd herzien en vastgesteld op een lager bedrag op basis van het door de inspecteur vastgestelde inkomen. Appellant maakte bezwaar en startte procedures omdat hij meende dat de toeslag op een onjuist inkomen was gebaseerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de wet voorschrijft dat de Belastingdienst/Toeslagen de draagkracht moet bepalen aan de hand van het door de inspecteur vastgestelde verzamelinkomen. De dienst is verplicht de toeslag te herzien bij wijziging van het inkomen volgens artikel 20 van Pro de Awir. Appellants stelling dat de dienst een eigen verantwoordelijkheid heeft om het inkomen te controleren en te corrigeren werd verworpen.
Verder oordeelde de Afdeling dat er geen sprake was van schending van het eigendomsrecht uit het EVRM en dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro niet was overschreden. Ook het betoog dat het fair trial-beginsel werd geschonden faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd dat toeslag terecht is herzien op basis van door inspecteur vastgesteld inkomen.