ECLI:NL:RBDHA:2020:4702

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2020
Publicatiedatum
28 mei 2020
Zaaknummer
NL20.8351
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing naar Frankrijk

Verzoekster, met haar minderjarige dochter, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek.

Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft partijen geïnformeerd over het voornemen de zaak buiten zitting af te doen, waarop geen van de partijen heeft gereageerd.

De rechtbank heeft in de bodemzaak het beroep van verzoekster ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier A. Vranken, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak ongegrond is verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8351
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster](V-nummer: [V-nummer 1] ), verzoekster, mede namens haar minderjarige dochter
[naam minderjarige](V-nummer: [V-nummer 2] ), (gemachtigde: mr. P. Baken-Loijenga),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.F.M. Saive).

Procesverloop

Bij besluit van 7 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft partijen op 14 mei 2020 per brief geïnformeerd over haar voornemen om de zaak buiten zitting af te doen. Indien partijen op een zitting gehoord willen worden, moeten zij dit voor 21 mei 2020 om 17:00 uur aan de voorzieningenrechter laten weten. Geen van de partijen heeft op de brief gereageerd.
Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de voorzieningenrechter bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Verzoekster stelt dat zij en haar minderjarige dochter de Nigeriaanse nationaliteit hebben en dat zij zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 1] 1994 en [geboortedatum 2] 2018
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.8350, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard.
3. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening meer nodig.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
26 mei 2020

Documentcode: DSR11690500

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.