Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, is op 14 mei 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. Eiser betoogt dat de maatregel onterecht is opgelegd omdat hij geen onderdaan van een derde land is zoals bedoeld in Richtlijn 2008/115/EG, en dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat vanwege de coronacrisis.
De rechtbank stelt vast dat de richtlijn inderdaad niet op eiser van toepassing is, maar dat vreemdelingen, waaronder EU-onderdanen, toch in bewaring kunnen worden gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat, mede omdat er een busreis naar Polen geboekt is en eerdere busreizen hebben plaatsgevonden. De coronacrisis vormt slechts een tijdelijke belemmering.
Eiser voert ook aan dat verweerder onvoldoende voortvarend zou hebben gehandeld bij de uitzetting, omdat de eerste uitzettingshandeling pas op de zevende dag plaatsvond. De rechtbank acht dit gelet op de medische situatie van eiser en de genomen stappen voldoende voortvarendheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.